De Boecop was een bezit van de adelijke familie thou Boecop en wordt reeds in 1657 genoemd. Het werd toen, samen met het goed Rhederoord, gekocht door de Arnhemse belastinginner Willem Everwijn en zijn echtgenote Johanna Kelffkens. Begin 19e eeuw is het in eigendom van graaf Joost van Limburg en Bronkhorst, heer van Styrum en kende diverse pachters. Halverwege de 19e eeuw, in 1847, is er sprake van afbraak en herbouw van het goed de Boecop.
Rond 1894 wordt de hofstede omgebouwd tot een fraai landhuis voor de oudste zoon van de burgemeester van Arnhem, Julius baron Brantsen. Het landhuis krijgt dan tevens een grote paardenstal.
Een bijzondere anecdote is dat Julius Brantsen in mei 1902 een aantal circusvoorstellingen organiseerde bij het landhuis (en later ook in het buitenland) onder de naam "Grande Cirque Hollandais Durandsen". De opbrengst ging naar de boeren in de Zuid-Afrikaanse Republieken (Tweede Boerenoorlog). Bewoners uit De Steeg reisden zelfs mee met het circus naar de andere landen.
Ga naar De Steeg →
De Boecop met toegangspoort vanaf de Hoofdstraat
(
© Beperkt openbaar, naamsvermelding
)
(
© Beperkt openbaar, naamsvermelding
)
(
© Beperkt openbaar, naamsvermelding
)
(
© Beperkt openbaar, naamsvermelding
)
Voor verbouwing tot villa met paardestal
(
© Beperkt openbaar, naamsvermelding
)