De Hof tho Ochten behoorde tot de oudste hoeven van het middeleeuwse Ellecom. Het was meteen ook de belangrijkste, want de eigenaar van deze hoeve had het voor het zeggen in het bestuursgebied rond Ellecom, de marke genaamd. Hij was de zogeheten markerichter.
Behalve de kerk was er in de middeleeuwen alleen agrarische bebouwing en activiteit. Hoeven, hofsteden en landarbeidershuisjes. Schapen als veestapel en akkerbouw.
Sedert de eerste helft van de 14e eeuw staan een zevental hoeven in Ellecom in leenakten beschreven. De drie belangrijkste waren de Hof tho Avegoor, als leen van de heer van Bronckhorst, de Hof tho Middeldorp van de bannerheer te Lathum en de belangrijkste, de Hof tho Ochten, als leen van de Graven van Gelre. Deze was weer beleend aan de Heer van Bahr en Lathum.
Prins Willem II van Nassau werd in 1648 de nieuwe leenman van de Hof tho Ochten, tevens markerichter.
Na de napoleontische tijd deed Koning Willem I afstand van de bezittingen in deze regio en kocht Bergstein de rechten van de boerderij op. De boerderij, door de tijd sterk achteruit gegaan, vond nadien geen pachters meer bereid de schop ter hand te nemen, waarna de heer Van Löben Sels op Bergstein de boerderij in 1852 liet afbreken.
Er zijn helaas geen schetsen of andere afbeeldingen bewaard gebleven van deze voor Ellecom"s historie zo belangrijke boerenhoeve. Vaag is de hof te zien op een schilderij van Remigius Adrianus Haanen gemaakt in 1850, kort voor afbraak. Op bijgaande afbeelding links van kerk en Bergstein vaag te zien.
Ga naar Ellecom →