Villa Irene werd in WO II een Joods werkkamp met de bijnaam Palästina. Tijdens de maanden augustus tot november 1942 werden op de zolder 139 Joden gevangen gehouden, om overdag te werk te worden gesteld op Avegoor. Zij moesten onder mensonterende omstandigheden het voorterrein met de spade afgraven tot een vlak terrein. Tijdens dit werk stonden zij bloot aan knuppel en zweepslagen, waardoor hun krachten al snel opraakten.
Na 11 weken slaagden zij er in het werk af te krijgen. Door deze slavenarbeid, mishandelingen op elk uur van de dag en zeer beperkt voedsel, lieten alleen in Ellecom reeds drie mannen het leven. Zij liggen in Ellecom begraven. Bij hun graf wordt jaarlijks op 4 mei de dodenherdenking gehouden.
Vervolg
Een deel der overlevenden werd naar een ziekenhuis vervoerd om te herstellen van de ontberingen. Het overgrote deel, ook sterk verzwakt, ging rechtstreeks naar Kamp Westerbork, waar zich later het eerste deel bijvoegde. Na aansterking ging het verder naar de kampen in Polen en Oost-Duitsland. Slechts 33 van de 139 mannen overleefden de oorlog.
Kamp Palästina
De Duitsers gebruikten de naam Kamp Palästina voor de Villa Irene en bespotten hiermee het beloofde land dat ver buiten bereik was geraakt voor deze mensen.
Op een foto van 6 september 1998, is de onthulling te zien van het Joodse monument in Ellecom. Het is een gedenktafel bij Villa Irene.
Ga naar Ellecom →
(
Onbekend
© Onbekend
)