De opening van pension Franken in Velp werd vermeld in het Nieuw Israelietisch Weekblad van 8 april 1904. De eerste jaren adverteerde men uitsluitend in Israëlitische bladen en de nadruk lag op de gezonde streek. “Heren-reizigers” waren welkom.
Gaandeweg werden moderniseringen gemeld, zoals gasverlichting. Er kwam meer aandacht voor de keuken, voor bruiloften en partijen. In 1917 liet de Eerste Wereldoorlog zich gelden, want gasten moesten broodkaarten en bonboekjes meenemen. In de jaren daarna kun je berichten vinden over Joodse bruiloften of bijeenkomsten van Joodse organisaties. De aanwezigheid van een synagoge werd vermeld en voor Pesach werd extra geadverteerd. Franken was nu een hotel.
Voor de Joodse gasten was het belangrijk dat de Joodse spijswetten (Kasjroet) werden gehandhaafd en dat het rabbinaat daarop toezag. Er waren allerlei stempels en etiketten op voedsel in gebruik, waaruit bleek dat het koosjer bereid was. Ook in de hotelkeuken en bij de bediening moest men de spijswetten eerbiedigen, bijvoorbeeld door melk en vlees gescheiden te houden.
De familie Franken
Joseph Franken en Heintje Franken-Frank begonnen het pension in 1904 in een herenhuis aan de Rosendaalselaan. Voordien stond Joseph Franken in Oosterbeek ingeschreven; bij de geboorte van zijn kinderen rond de eeuwwisseling werd hij arbeider genoemd. Onbekend is waarom en hoe hij de stap naar pensionhouder heeft genomen. Zijn vader Mauritz Franken was decennialang slager in Arnhem.
In de loop van de tijd brachten Joseph en Heintje in hun pension veel verbeteringen en uitbreidingen aan.
Joseph Franken overleed in de zomer van 1930. Kort daarna werd het hotel-pension ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Waarschijnlijk zette Heintje Franken-Frank de zaak voort met haar zoon Abraham, die kok was. Hij trouwde kort voor het overlijden van zijn vader met een plechtigheid in het hotel.
Hotel Franken verscheen na 1930 vaak in lokale krantenberichten, omdat er (verenigings)bijeenkomsten en tentoonstellingen werden gehouden: konijnen- en duivenfokkers, geërfden en doopsgezinden. Achter nummer 12 was ook het oefenlokaal van de [Bijzondere Vrijwillige Landstorm].
Heintje Franken overleed in juli 1935. Het hotel werd niet lang daarna gesloten: kennelijk was er geen opvolging te regelen. Kort daarvoor was nog geadverteerd voor personeel. In december ging de hotelinventaris ter veiling: serviesgoed, 100 stoelen, hotelzilver, vaste wastafels, alles moest weg. Het pand, “twee heerenhuizen en daartoe gemakkelijk weder in te richten” werd ingezet op ƒ 10.057,-.
Tot slot
De nummering van panden is vaak gewisseld, eerst was Franken 256-257, later 336-337. In de jaren ’30 is het Rosendaalselaan 12, nu is dat restaurant Padella.
De grote zaal aan de zuidzijde van het pand is waarschijnlijk omstreeks 1930 toegevoegd. Deze werd gebruikt voor lokale bijeenkomsten met een aparte ingang.
(
Weenink, Rob
)