Het monumentale complex van Biljoen en Beekhuizen heeft een lange geschiedenis. Beeldbepalend is nu nog het kasteel Biljoen met park en vele beschermde onderdelen. Ook in het oorspronkelijke landgoed nam het kasteel een centrale positie in. Het complex is een Rijksmonument.
Een zeer vroege vermelding dateert uit 1076 als er sprake is van de schenking van de ‘Broeckerhoeve’ aan het kapittel van St. Pieter in Utrecht. Het huis stond op de grens tussen de hoge zandgronden van de Veluwe en de waterrijke uiterwaarden van de IJssel.
Burcht
Omstreeks 1530 werd het door hertog Karel van Gelre verbouwd in de vorm van een waterburcht met gracht en voorhof. In die periode verandert de naam Broeckerhoeve in Biljoen. Voor de bouw van het kasteel is gebruik gemaakt van het materiaal van de havezate Overhagen die door Karel van Gelre werd verwoest. Maar al in 1535 verkoopt de hertog uit geldgebrek het kasteel aan Roelof van Lennep. Gedurende 120 jaar blijft het landgoed in bezit van deze familie, totdat het in 1661 wordt verkocht aan Alexander van Spaen. Onder hem krijgt het kasteel zijn huidige vorm.
Na het rampjaar 1672
In het Rampjaar 1672 vestigt Lodewijk XIV van Frankrijk zijn hoofdkwartier op Biljoen. Hierdoor ontkomt dit kasteel, in tegenstelling tot vele andere, aan plundering en brandstichting door het Franse leger.
Sinds 1661 was Biljoen in handen van Alexander van Spaen en gedurende zes generaties is het in bezit van deze familie gebleven. Het huidige kasteel met de karakteristieke vier hoektorens dateert uit het einde van de 17e eeuw. Bovendien werden Nederhagen, Overhagen, een ‘versterkt’ huis met toren en grachten, en het gebied van Beekhuizen toegevoegd aan het landgoed.
Van Spaen en daarna Lüps
Honderd jaar later begon opnieuw een belangrijke periode toen Johan Frederik Willem baron van Spaen in 1771 het interieur verfraaide en rond het kasteel en in het inmiddels verworven gebied Beekhuizen een beroemd geworden landschapspark liet aanleggen. De laatste Van Spaen van Biljoen bouwde hier een groot logement in de chaletstijl.
Een van de bekendste bewoners van het kasteel is Anna Paulowna, de weduwe van koning Willem II, aan wie het kasteel rond 1849 tijdelijk ter beschikking werd gesteld.
Uiteindelijk verkocht erfgenaam baron van Hardenbroek in 1872 Biljoen aan de Duitse industrieel Johann Lüps die toen ook Beekhuizen al in zijn bezit had.
De vier generaties Lüps onderhielden het landgoed zorgvuldig. Eind 19e eeuw werd er nog een rentmeesterswoning gebouwd en een viskwekerij gerealiseerd.
Naar Gelders Landschap
Na jaren van particuliere bewoning is het 162 hectare grote landgoed met het kasteel en de verschillende pachtboerderijen in 2008 verworven door de Stichting Geldersch Landschap en Kasteelen - onder voorwaarde dat het kasteel particulier bewoond zou blijven.
Brochure: Buitengewoon Biljoen van ‘Geldersch Landschap en Kasteelen’.
Beekhuizerbeek en omgeving
In 1682 werd Van Spaen, Heer van Biljoen, eigenaar van de Beekhuizerbeek. Daarmee kwam hij ook in bezit van de rechten en opbrengsten van de vier watermolens. In 1735 erft zijn kleinzoon Alexander Diederik van Spaen Beekhuizen en hij vergroot het gebied in 1760 met de aankoop van de Keienberg en de aangrenzende gronden. Er kwam bosaanplant op de kale heidevelden en op de Keienberg werd het sterrenbos gerealiseerd.
Geïnspireerd door zijn reizen naar Italië, Zwitserland en Frankrijk liet de volgende eigenaar J. F. W. van Spaen vanaf 1776 een ‘arcadisch park’ aanleggen. Het was zijn bedoeling dat de wandelaar zou kunnen dwalen langs vijvers, watervallen met rotspartijen en genieten van mooie doorkijkjes. Van Spaen liet een groot aantal borden maken met gedichten die verwezen naar het schouwspel in het park. Ook voor de uitvoering van dit park werd hij geholpen door de beste krachten uit die tijd; de tuinarchitecten Michael en vader en zoon Zocher.
Dit deel van het landgoed Biljoen werd uiteindelijk definitief afgestoten; de gemeente Rheden kocht in 1930 het inmiddels beroemd geworden park Beekhuizen als onderdeel van een groot bosgebied. Het park werd daarbij overgedragen aan de Vereniging van Natuurmonumenten om het zo voor het nageslacht veilig te stellen.
Enkele jaren geleden is begonnen met een voorzichtig herstel om de nog aanwezige cultuurwaarden te behouden. Nog steeds zijn oude namen bekend als De Kluizenaarsboom, Koenders Gat, de Paardenkolk, de Hermitage en de twee zeer oude verstrengelde eiken Philemon en Baucis.
Ga naar Velp →
Foto Henri ter Hall
(
© CC0
)