Op 10 juni 1843 vierden de rooms-katholieken van Velp en Rozendaal voor het eerst na twee en halve eeuw, een dienst in hun noodkerk. Een gedenkwaardige dag!
Achtergesteld
Na de Reformatie hadden de rooms-katholieken lang een minderheidspositie. Ze waren hun kerk, de Oude Jan kwijtgeraakt. Ze kwamen bijeen in schuilkerken. In 1795 werd de Bataafse Republiek uitgeroepen. Er was toen officieel vrijheid van godsdienst.
Na de Franse tijd kregen ze formeel gelijke rechten, al werd de Nederlands Hervormde Kerk nog bevoordeeld.
Naar een eigen kerk
In 1825 werd te Velp een commissie opgericht die de kerkstichting ter hand zou nemen. Op 15 augustus van dat jaar deed de commissie een verzoek aan koning Willem I voor een subsidie van fl. 5041,- voor de bouw van een nieuwe kerk. In 1827 en 1833 deed men nieuwe pogingen, alles vergeefs. Pas in 1840 werd een nieuw subsidieverzoek aan de koning gedaan, nu voor een bedrag van fl. 6000,- voor de bouw van een kerk en pastorie en het jaarlijks traktement van een pastoor. Helaas werd alleen het laatste gehonoreerd.
In eigen hand
Men besloot in 1840 een noodkerk te gaan gebruiken, die dienst kon doen totdat men genoeg geld had ingezameld voor de bouw van een kerk en pastorie. De noodkerk werd gevestigd in de boerderij "Kostverloren" van boer Hummeling, die men voor f 190,- per jaar huurde (aan de huidige Overhagensweg). De nieuw benoemde pastoor A. te Welscher, kapelaan te Arnhem, werd in het voorhuis gehuisvest. Op de deel werd de kerkruimte ingericht voor ca. f 300,-. Er kwamen 180 zitplaatsen. Uit de Oude Jan, die gesloten was na de in gebruikneming van de Grote Kerk, werd voor f 10,- de preekstoel overgenomen en in 1844 werd een kabinetorgel aangeschaft.
Overigens zouden al voor 1840 samenkomsten zijn gehouden van rooms-katholieken in de boerderij van Iding, bij de Oude Jan gelegen aan de Kerkstraat, tussen Reinaldstraat en Overhagenseweg.
De noodkerk is niet lang gebruikt. In 1848 werd de eerste kerk in de Emmastraat het nieuwe onderkomen.
Ga naar Velp →