In 1865 werd Velp aangesloten op het spoorwegnetwerk. De overheidsdienst Rijkswaterstaat zorgde ervoor dat het dorp een stationsgebouw van het type SS vijfde klasse kreeg. Zo’n station werd dan ook wel eens ‘waterstaatstation’ genoemd vanwege het bouwtoezicht van Waterstaat. Standaardisatie betekende gelijkvormigheid van de stations, maar het drukte ook de bouwkosten. Het type werd bepaald door het aantal inwoners.
Het gebouw bestond uit een middendeel met twee korte vleugels. Zowel het middendeel als de vleugels hadden een puntgevel. De vleugel aan de straatzijde sprong een beetje terug en aan de perronzijde nog wat sterker. De architect was spoorwegingenieur Karel Hendrik van Brederode.
Het station werd geopend op 2 februari 1865. De bewoners van Velp moesten wennen aan het tijdelijk afsluiten van de doorgaande weg als er een trein passeerde. Er waren nogal wat overgangen. De spoorwegovergangen van west naar oost waren oorspronkelijk: Laarweg, Nordlaan, Larensteinselaan, Ommershofselaan, Emmastraat, Beekstraat, Kerkstraat, Gasthuislaan en Biljoen.
Modernisering
Rond 1914-1915 werden dit type stations vergroot door het middengedeelte te verhogen en lage zijvleugels aan te bouwen. In 1914 gebeurde dit ook in Velp.
Het stationsgebouw is in 1973 buiten gebruik gesteld, afgebroken en vervangen door een eenvoudig glazen wachtlokaal. De treinreiziger moest voortaan zijn kaartje in de trein kopen.
In 1982 werd het wachtlokaal vervangen door een strak en sober vormgegeven, langwerpig stationsgebouw, ontworpen door ir. C. Douma. Stationsgebouwen van hetzelfde type werden in Duiven en Elst gebouwd. Kenmerkend element was de luifel boven het perron die het spiegelbeeld vormde van het platte dak. Behalve een wachtruimte met glazen ramen rondom was er een dienstruimte met loket.
21e eeuw
Het loket is in 2003 gesloten, en er is nu een kaartautomaat aanwezig. In de voormalige dienstruimte was enkele jaren een kiosk gevestigd.
De perrons zijn aan de noordzijde van het desbetreffende spoor aangelegd. Het perron richting Zutphen ligt tussen beide sporen ingeklemd en is aan de noordzijde afgeschermd met een hek. Het is alleen toegankelijk aan de oostzijde via een overweg vanaf het perron richting Arnhem. Het perron richting Arnhem is zowel van de oost- als westzijde toegankelijk. Aan de oostzijde van dit perron bevindt zich de hoofdtoegang aan de Stationsstraat, het stationsgebouw en de fietsenstalling.
Rechts het afgebroken station
(
© Beperkt openbaar, naamsvermelding
)