
Omstreeks 1950 had Dieren een bloeiende middenstand, net als op veel plekken elders in Nederland. Huisvrouwen kochten verse levensmiddelen dagelijks in. Veel middenstanders bezorgden aan de deur met bakfiets of paard en wagen.
Winkels hadden veel meer dan nu een eigen product of pakket aan goederen of diensten. De drogist had een bepaald assortiment en was een ‘halve’ apotheker. De klompenmaker bestaat niet meer. De schoenmaker maakte eerst op maat, maar ging op den duur schoenen verkopen uit de fabriek. En zo meer.
De middenstand was verzuild. Je deed je inkopen bij middenstanders of ambachtslieden die tot dezelfde kerk behoorde.
Dat is allemaal erg veranderd. Ook veel ambachtslieden, straathandelaren en kleine marktkooplieden zijn uit het straatbeeld verdwenen.
Langzaam kwamen er ook meer supermarkten die de lokale levensmiddelwinkels uit het straatbeeld verdrongen.
Van de onderstaande middenstand is nog informatie die daaraan herinnert: in woord en beeld.

Bakkerijen
Café’s
Drogisterijen
Groentewinkels
Hotels en Pensions
Industrie
Juweliers
Kappers
Kruideniers
Manufacturen
Molens
Schoenmaker
Slagerijen
Stalhouderij - garage
Overige middenstand