
Pieter Jacobus Meijer (1920) was de zoon van een nieuwe uitbater van Hotel Brinkhorst (sinds 1937).
Piet raakte in de oorlog betrokken bij het verzet. Hij had vroeg in 1943 samen met twee Dierense vrienden uit de ondergrondse een hol gegraven in het Middachterbos voor Joodse onderduikers. Eind dat jaar wist Piet nog een distributiekantoor van rantsoenbonnen te overvallen. In het voorjaar van 1944 volgde een gewapende overval op een wapendepot hetgeen een valstrik bleek. Hij had zichzelf verraden bij een SD-infiltrant en werd juni 1944 gearresteerd voor wapenbezit. Tijdens het verhoor moest hij de Duitsers verklappen waar zich het hol bevond.
Hierna ging Pieter op transport naar een werkkamp bij Aschaffenburg, Duitsland.
Bij de Slag om Aschaffenburg, eind maart 1945, wist hij in de chaos te ontsnappen. Hij verborg zich in een schuur in een noordelijke buitenwijk van de stad. Tijdens de Amerikaanse beschietingen werd de schuur doorzeefd, waarbij Piet, 25 jaar oud, sneuvelde.
Het stoffelijk overschot van deze Ellecomse verzetsheld is in 1949 naar Nederland overgebracht en op het ereveld in Loenen Gld. bijgezet.